De volgende stap in de Open Access-revolutie: Open Data.

Het online, openbaar toegankelijk stellen van onderzoeksresultaten is inmiddels gemeengoed geworden en dit zogenoemdeOpen Accesspubliceren wint ongelooflijk aan vaart. Zo hebben afgelopen november 12 EU-lidstaten en hun nationale onderzoeksfinancieringsinstuten “Plan S” ondertekend waarin ze zich committeren aan het Open Access publiceren van alle met publieke middelen gefinancierde onderzoeken.[1]Nu de Open Accessgolf steeds krachtiger wordt, dient de volgende stap in deze Open Sciencerevolutie zich al aan: het online, openbaar en onbeperkt bruikbaar ter beschikking stellen van de aan de publicaties ten grondslag liggende onderzoeksdata. Oftewel: Open Data.

Maar zo ver gevorderd als de Open Accesspraktijk inmiddels is, zo in de kinderschoenen staat het openbaar maken van de onderzoeksdata en veel is nodig om ook op het gebied van Open Dataeen krachtige beweging te creeeren. Gezien de enorme potentie die het ter beschikking stellen van onderzoeksdata heeft loont het om een goed overzicht te krijgen van de huidige ontwikkelingen op dit gebied en de obstakels die de verdere ontwikkeling in de weg staan.

De ongekende potentie van Open Data

Voor wat exact verstaan moet worden onder onderzoeksdata en wat precies het Open Accesspubliceren van die data inhoudt, bestaat geen uniforme juridische definitie. In de literatuur is men het er over eens dat in ieder de data zo veel mogelijk ontdaan moet zijn van enige IE-rechtelijke contstricties. Hierdoor is de data te allen tijde inzichtelijk én herbruikbaar, en valt het grotendeels in het publieke domein.[2]Ten tweede zijn de FAIR-principlesvan belang. Deze principes stellen dat de data findable, accessible, interoperable enreusable moet zijn, en zien daarmee grotendeels op de technische maatregelen die de data niet slecht in naam, maar ook praktisch (her)bruikbaar maken.[3]Wat betreft de onderzoeksdata zelf wordt doorgaans gekozen voor een zeer brede definitie die alle data omvat die dient ter staving of verificatie van onderzoeksresultaten.[4]

Het bedenken van de mogelijke voordelen van een degelijk Open Databeleid vergt niet veel fantasie. Stel je voor dat alle onderzoeksdata die ten grondslag liggen aan de onderzoeken die gepubliceerd worden gemakkelijk online toegankelijk, compatibel, doorzoekbaar en onbeperkt herbruikbaar zijn. De mogelijkheden zijn bijna oneindig. Onderzoeken kunnen zo veel gemakkelijker geverifieerd of gefalsificeerd worden, wat leidt tot kwalitatief betere wetenschap. Daarnaast zijn de nieuwe onderzoeken die op basis van deze dataweelde gevoerd worden vrijwel onbeperkt. Ook buiten de wetenschap zal deze data een enorme invloed kunnen hebben in de vorm van private partijen die op basis van de data nieuwe, innovatieve producten op de markt kunnen brengen. Denk bijvoorbeeld aan een Buienradar die, op basis van openbare gegevens van het KNMI, mensen dagelijks het leven makkelijker maakt.[5]

Daarnaast brengt een volledig Open Databeleid ons als maatschappij een stap dichterbij de broodnodige democratisering van de wetenschap en het vervullen van het uiteindelijke doel van de universiteit: het duiden en waar mogelijk verbeteren van de wereld waar wij in leven. Dit geldt natuurlijk des te meer voor wetenschap die met publieke middelen gefinancierd wordt, de maatschappij heeft immers recht toegang tot de kennis die het zelf doet produceren.

De hobbelige weg in het verschiet

Hoewel de voordelen en zelfs de noodzaak tot een beweging in deze richting algemeen geaccepteerd worden, gaapt een reusachtig gat tussen idealistische toekomstperspectieven en de daadwerkelijke situatie. Zeer veel (juridische) obstakels staan in de weg van een Open Data-beleid, waarvan een aantal hier de revue zullen passeren.

Allereerst is in tegenstelling tot bij de wetenschappelijke publicaties zelf, bij de data de IE-rechtelijke status zeer onduidelijk. Op een publicatie rust altijd een auteursrecht wat met een simpele licentie  Open Access openbaar gemaakt kan worden.[6]Ingeval van data en datasets is de juridische status echter lang niet altijd helder. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een auteursrecht rust op een dataset(/bank), dit komt echter niet vaak voor en daarnaast verschillen de omstandigheden waaronder een degelijke dataset onder het auteursrecht valt per jurisdictie. Ook de toepasselijkheid van het EU sui generisidatabankenrecht is niet altijd helder.[7]Deze onduidelijkheid over de juridische status leidt ook tot moeilijkheden met betrekking tot de licenties, zoals een grote verscheidenheid aan vaak incompatibele licenties en het gevaar tot een te zware licentie, waarbij aan rechtenvrije datasets toch per ongelijk IE-rechten wordt toegekend.[8]

Nauw verboden met deze problematiek is het gebrek aan externe motivatie voor de onderzoekers om zelf hun data openbaar te maken. Wanneer er geen rechten rusten op de data of wanneer er geen maatwerk mogelijk is in de licenties, raken onderzoekers alle controle kwijt over hun data op het moment van publicatie. Dit leidt enerzijds tot angst voor misbruik van de data en anderzijds tot een gebrek aan mogelijkheden om de data economisch te verzilveren. Dit is vervolgens ook problematisch bij publiek-private samenwerkingen in de wetenschap. Het is dus wenselijk dat  wetenschappers enige controle houden over de wijze waarop de data openbaar gemaakt wordt en hoe (en of) verwezen wordt naar de maker.

Naast al deze meer principiële vraagstukken zijn er ook een grote hoeveelheid technische punten die gecoördineerd moeten worden om te verzekeren dat de data of de databanken compatibel en interoperbel zijn. Hierbij zijn de FAIR-principles natuurlijk leidend, maar die bieden vooralsnog onvoldoende houvast.

Huidige initiatieven

Bewust van deze problematiek en het belang van een goed Open Data-beleid werkt de EU vanuit een aantal verschillende invalshoeken om dit beleid werkelijkheid te maken. Ten eerste kan gewezen worden op de wijze waarop de EU Open Data stimuleert in de door haar gefinancierde onderzoeksprojecten. Bij alle onderzoeksfinanciering die de EU op basis van het Horizon2020 onderzoeksprogramma verstrekt is de standaard optie dat de data Open Access gepubliceerd wordt Dit is echter slechts een ‘default option’waar vrij gemakkelijk van afgeweken kan worden.[9]Daarnaast werkt de EU aan de ‘EU Science Cloud’ waar data opgeslagen en toegankelijk gemaakt kan worden.[10]

Momenteel in ontwikkeling zijn de Digital Single Market-richtlijn (“DSM”) en een herziening van de Public Sector Information-richtlijn (“PSI”).[11]De DSM-richtlijn introduceert een auteursrechtelijke exceptie voor onderzoeksinstituten waardoor deze onder enige IE-restricties aan tekst en datamining kunnen doen. In de herziening van de PSI-richtlijn wordt de verplichting voor lidstaten en de nationale onderzoeksfinancieringsinstituten gecreëerd om beleid op te stellen voor Open Data. Ook moeten alle reeds openbaar gemaakte onderzoeksdata aan de herbruikcriteria uit de PSI-richtlijn gaan voldoen.

Opvallend bij al deze initiatieven is dat de universiteiten en de onderzoekers zelf geen rol lijken te spelen bij het opstellen van de voorwaarden waaronder hun onderzoeksdata openbaar gemaakt wordt. Daarnaast blijkt ook duidelijk uit deze op sommige van huidige initiatieven dat lang niet alle problemen geadresseerd worden.

Bottom-up harmonisatie?

De enorme wetenschappelijke en maatschappelijke voordelen die het openbaar beschikbaarstellen van de onderzoeksdata kan bieden staan buiten kijf. Uit het bovenstaande blijkt echter duidelijk dat deze toekomstdroom nog niet zo simpel te realiseren is. Een grote hoeveelheid obstakels, juridisch en niet-juridisch, compliceren en vertragen de implementatie van dit potentieel revolutionaire beleid. Stappen worden gezet om deze één voor één te ruimen, maar de voortgang is langzaam, te weinig gecoördineerd de echte experts, de onderzoekers en universiteiten, worden onvoldoende betrokken in het vormgeven van dit beleid. Duidelijkheid moet verschaft worden over de IE-rechtelijke positie van de data, de licentie problematiek en de technische compatibiliteit moet aangepakt worden, en het moet aantrekkelijk zijn voor wetenschappers om hun data te publiceren.

Enerzijds schreeuwen deze problemen om harmonisatie en het opstellen van gemeenschappelijke spelregels, maar anderzijds is gedifferentieerd beleid toegespitst op wat de onderzoekers en universiteiten nodig hebben noodzakelijk. De EU zal op een zeer dunne lijn moet balancerenwaarbij tegelijkertijd het beleid op maat gemaakt wordt vóór en dóór de universiteiten terwijl het beleid niet dusdanig gedifferentieerd wordt dat van de broodnodige harmonisatie en standaardisatie geen sprake meer is. Echter, wanneer deze acrobatische act correct uitgevoerd wordt zal het de wijze waarop wetenschap bedreven wordt blijvend veranderen en zal de maatschappelijke impact ongekend zijn.

Naomi Appelman



[1]                Zie https://www.coalition-s.org/voor meer informatie

[2]                Gebaseerd op gezaghebbende definities uit: Suber, P., Open Access, Massachusetts Institute of Technology Press Essential Knowledge Series,       Cambridge, MA, 2012, p. 4  en de Budapest Open Access Initiative, Februari 14, 2002, bron: http://www.soros.org/openaccess

[3]                  Wilkinson, M. D., e.a., “The FAIR Guiding Principles for scientific data management and stewardship”, Scientific Data, 15 March 2016, DOI: 0.1038/sdata.2016.18

[4]                Zie bijvoorbeeld artikel 1, sub 7 van de voorgestelde herziening van de PSI-directive, COM/2018/234 final – 2018/0111 (COD)

[5]                Voor uitwerkingen van de mogelijke voordelen van Open Databeleid zie onder andere: Dodirina, C., Eisenstadt, A.R., Onsrud, H. & Uhlir, P.F., Legal Approaches for Open Access to Research Data, CC BY 4.0, augustus 2016, p. 3-4; OECD Recommendation of the Council concerning access to research data from public funding 29 November 2009 C(2006)184

[6]                Bijvoorbeeld de Creative Commons CC BY 4.0 licentie. Zie  https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/deed.en voor meer uitleg

[7]                Voor meer uitleg over de complexe juridische status zie bijvoorbeeld : Dodirina, C., Eisenstadt, A.R., Onsrud, H. & Uhlir, P.F., Legal Approaches for Open Access to Research Data, CC BY 4.0, augustus 2016; Giannopoulou A., “Understanding open data regulation: An analysis of the licensing landscape” in van Loenen B. et. Al. (eds.), Open Data Exposed, Information Technology and Law Series 30, 2018 https://doi.org/10.1007/978-94-6265-261-3_6, pp. 101-125

[8]                Voor een uitgebreide uiteenzetting van deze problematiek zie Giannopoulou A., “Understanding open data regulation: An analysis of the licensing landscape”              IN van Loenen B. et. Al. (eds.), Open Data Exposed, Information Technology and Law      Series 30, 2018 https://doi.org/10.1007/978-94-6265-261-3_6, pp. 101-125

[9]                Guidelines on Open Access to Scientific Publications and Research Data in Horizon 2020, 21 March 2017

[10]              Commission communication (EU) 2016/178 of 19 April 2016 on European Cloud Initiative –                    Building a competitive data and knowledge economy in Europe

[11]              Proposal for a Directive on copyright in the Digital Single Market COM/2016/0593 final – 2016/0280 (COD);

                  Proposal for a Directive on the re-use of public sector information (recast) COM/2018/234 final – 2018/0111 (COD)

De medisch nepnieuws-epidemie op sociale media

De medisch nepnieuws-epidemie op sociale media

De Vereniging tegen de Kwakzalverij noemt talloze voorbeelden van misleidende informatie over gezondheid, zoals het genezen van kanker met zouttherapie en azijn en het bestrijden van bijwerkingen van chemotherapie met honing. De laatste jaren heeft onjuiste medische informatie zich snel uitgebreid tot sociale media: uit recent onderzoek bleek dat van de populairste medische berichten op sociale maedia maar liefst veertig procent misleidende informatie bevatte, en dat deze berichten in vijf jaar tijd 451.272 maal gedeeld waren. Critici bestempelen deze trend als “medical fake news”.

Fake news”, ook wel online desinformatie, wordt door het Instituut voor Informatierecht omschreven als informatie die opzettelijk wordt gefabriceerd en verspreid met de intentie om anderen te bedriegen en misleiden om onwaarheden te geloven of controleerbare feiten in twijfel te trekken. “Medical fake news” wordt door de Maryland Health Communication and Informatics Research Branch omschreven als gezondheidsinformatie die (momenteel) onwaar is vanwege een gebrek aan wetenschappelijk bewijs. Deze zomer startte het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik een online campagne tegen “medisch nepnieuws” op sociale media. Afgelopen maand schreef de Amerikaanse cardioloog Warraich zelfs dat “fake medical news” levensbedreigend is. Maar is medisch “nepnieuws” echt zo gevaarlijk? En wat is het medicijn tegen deze online gezondheidsonzin-epidemie op sociale media?

Gevaren van medisch “nepnieuws” op sociale media

Patiënten googelen steeds meer. Daarnaast worden sociale media steeds meer gebruikt om medische informatie te zoeken en delen. Hoewel veel artsen de positieve effectenvan vooraf googelen op de geïnformeerde besluitvorming erkennen, worden de grote hoeveelheden onbetrouwbare medische informatie op internet als gevaar gezien. Zo stopte een op de tien gebruikers van cholesterolverlagende statinesmet het middel, nadat een artikel over ernstige bijwerkingen “viral” ging op sociale media, zonder de zeldzaamheid van deze bijwerkingen te vermelden. Daarnaast blijkt dat incorrecte informatie op sociale media een grote rol heeft gespeeld in de afname van vertrouwen in vaccinaties. Ook tijdens de Ebola-uitbraak in West-Afrika werd massaal medische desinformatie verspreid over onjuiste preventiemiddelen (drinken van zout water) en non-existente risico’s (Ebola zou zich ook in de Verenigde Staten kunnen verspreiden). Enkele mensen overledendoor het drinken van te veel zout water, en er werd een verhoogd paniekniveau vastgesteld onder sociale media-gebruikers.

Medisch “nepnieuws” wordt vooral risicovol als patiënten incorrecte online informatie meer vertrouwen dan de arts, of zelfs helemaal niet meer naar de dokter gaan en medische beslissingen nemen op basis van onjuiste informatie. Hoewel er nog onvoldoende onderzoek is gedaan naar het effect van online medische desinformatie op doktersbezoek door patiënten, werd onlangs aangetoonddat het zorggebruik van gebruikers van de (overigens betrouwbare) website Thuisarts.nl met 12% afgenomen was na de lancering van deze website. Dit zou kunnen betekenen dat mensen met een lage “digitale gezondheidsgeletterdheid” (gebrek aan vaardigheden om online gezondheidsinformatie te verkrijgen, verwerken en te begrijpen op een manier die ten goede komt aan de gezondheid) ook op basis van onbetrouwbare online medische informatie minder snel naar de dokter zullen gaan en niet de juiste zorg krijgen. Dat dit problematisch kan zijn blijkt uit het meest gedeelde artikelop Facebook met het woord “kanker” in de titel: “Dandelion weed can boost your immune system and cure cancer”. Een artikel met de titel “Cancer dies in 42 days: Austrian juice cured more than 45,000 sick” werd zo’n 200.000keer gedeeld.

Juridische middelen tegen medische desinformatie

“Offline” zijn er talloze regelingen om de patiënt tegen medische onwaarheden te beschermen. Zo is reclamevoor geneesmiddelen en medische behandelingen verboden, is er een wettelijk verbod op medische claimsop etiketten en reclames voor levensmiddelen en staan er hoge boetes op misleidende reclame. Artsen die onjuiste informatie verstrekken en niet-wetenschappelijk bewezen zorg leveren kunnen zoweltucht- als strafrechtelijkworden veroordeeld. Bovendien lopen artsen het risico aansprakelijkte worden gesteld voor het verstrekken van onjuiste informatie.

Deze juridische middelen zijn echter meestal niet geschikt om online medisch “nepnieuws” te bestrijden. Ten eerste wordt de informatie vaak niet verspreid door artsen en farmaceuten maar door consumenten, waardoor het tuchtrecht en de regels omtrent reclame niet van toepassing zijn. Ten tweede is het vaak moeilijk om te achterhalen wie het bericht als eerste verspreid heeft, nu dergelijke berichten vaak veelvuldig gedeeld worden. Daarnaast wordt er op zo’n grote schaal informatie geproduceerd en verspreid, dat het bijna onmogelijk is om alle bronnen op juistheid te controleren en eventueel te verwijderen.

Alternatieve maatregelen

In de strijd tegen (medisch) “nepnieuws” op sociale media nemen verschillende partijen verschillende maatregelen. De effectiviteit en wenselijkheid van deze maatregelen varieert.

Sociale mediaplatforms kunnen zelf maatregelen nemen tegen verspreiding van “nepnieuws” door hun gebruikers. Zo kondigde Facebook vorig jaar aan maatregelen te gaan nemen, voornamelijk in het kader van verkiezingen. Facebook werkt bijvoorbeeld met externe, onafhankelijke “fact-checkers”. Facebook experimenteert ook met algoritmes om “nepnieuws” effectiever te kunnen opsporen. Als deze fact-checkersof algoritmes een bericht als “nepnieuws” kwalificeren, wordt dit bericht lager weergegeven in de news feed, waardoor minder mensen het bericht te zien krijgen. Pagina’s die herhaaldelijk berichten delen die als “nepnieuws” gekwalificeerd zijn, mogen niet meer adverteren. Daarnaast probeert Facebook dergelijke berichten te contextualiseren door mensen op de hoogte te brengen als ze deze gedeeld hebben, en “gerelateerde artikelen” die wel kloppen weer te geven in de news feed.

Gebruikers rapporteerden afgelopen zomer echter dat Facebook honderden pagina’s over gezondheid had verwijderd, vaak met duizenden volgers. Deze pagina’s gingen vooral over alternatieve gezondheid. Twitter verwijdert voornamelijk geautomatiseerde accounts.

Daarnaast hebben enkele onafhankelijke instanties de strijd tegen medische desinformatie op sociale media aangebonden. Zo zijn er meerdere partijen die veel gedeelde berichten controleren op waarheid om desinformatie te ontkrachten: fact-checking. Er zijn in Nederland geen organisaties die zich enkel toeleggen op het controleren van medisch “nepnieuws”, zoals het Amerikaanse HealthNewsReview.org, maar er wordt door de Nederlandse fact-checkers ook regelmatig medische desinformatie ontkracht. Een kleine greep uit recente onthullingen van Nieuwscheckers.nl: “Te weinig bewijs dat niet sporten ongezonder is dan roken”, “Gamen geen middel tegen depressie” en “De placentaopeten is NIET goed voor je gezondheid”.

Naast fact-checkers zijn er instanties die de digitale gezondheidsgeletterdheid proberen te vergroten, zoals de online campagne van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. Het instituut maakt informatiefilmpjes waarin het op een toegankelijke manier onderbouwt waarom bepaalde medische beweringen onzin zijn, zoals dat cannabis kanker geneest.

Ook overheidsinstanties nemen maatregelen tegen medische desinformatie. Zo wil de Europese Commissie een online platform oprichten om “tegenwicht te bieden aan de mythes en misleidende informatie van antivaccinatie-activisten”. Tijdens de Ebola-uitbraak plaatste de Wereldgezondheidsorganisatie meerdere tweets om hardnekkige mythes op sociale media over Ebola te ontkrachten.

Wat is het beste medicijn?

Het grootste probleem in de strijd tegen online medische desinformatie is de definitie. Wie bepaalt wat medisch “nepnieuws” is? Wetenschap is immers altijd in ontwikkeling, en dat iets nu niet voldoende bewezen is en dus niet “waar” is, betekent niet altijd dat het direct als “nepnieuws” afgeschreven moet worden. Daarbij moeten we ons afvragen of het wenselijk is om sociale mediaplatforms een sleutelrol te geven in het bepalen van wat “gezond” en “waar” is, en wat online “gezondheidsonzin” is.

Het verwijderen of inperken van online berichtgeving is niet alleen een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting van gebruikers, maar beperkt in zekere zin ook het zelfbeschikkingsrecht of zelfs de lichamelijke integriteit. Gezondheid is namelijk méér dan wetenschappelijk bewezen geneeskunde, maar omvat ook een vrijheid van levensstijl. Een goed voorbeeld hiervan is de alternatieve geneeskunde, waaronder acupunctuur en chiropractie. Dit valt onder de definitie van “medisch nepnieuws”: gezondheidsinformatie die (momenteel) onwaar is vanwege een gebrek aan wetenschappelijk bewijs. Toch worden veel alternatieve behandelingen wel vergoed door de zorgverzekeraar, en worden dus niet gezien als “gezondheidsonzin”. Het is echter de vraag of de fact-checkers en algoritmes van sociale mediaplatforms dit onderscheid kunnen maken, en niet te véél zullen verwijderen.

Verwijderen van “medisch nepnieuws” door de sociale mediaplatforms zelf lijkt dus niet de beste oplossing voor het probleem. Wat kunnen sociale media dan wel doen? Platforms als Facebook en Twitter verdienen hun geld met het verkopen van advertenties. In het Facebook-advertentiebeleidstaat dat advertenties vooraf gecontroleerd worden en geen misleidende claims mogen bevatten. Als er bij deze controle fact-checkers worden ingezet die gezondheidsclaims controleren op voldoende wetenschappelijk bewijs, zullen er minder advertenties rondgaan, en wordt het moeilijker om langs die weg nepnieuws over niet-werkende middelen te verspreiden.

Het beste medicijn tegen de gezondheidsonzin-epidemie op sociale media lijkt het goed informeren van gebruikers over de werking van sociale media en de medische wetenschap. Als de digitale gezondheidsgeletterdheid vergroot wordt, zullen gebruikers beter in staat zijn waarheden van onwaarheden te onderscheiden, en kunnen ze beter inschatten wanneer het verstandig is een dokter te bezoeken. Activiteiten van fact-checkers kunnen hierbij helpen, net als het contextualiseren van “verdachte” artikelen door het weergeven van gerelateerde, gecontroleerde berichten. Ook overheidsinstanties, artsen en wetenschappers zullen zich vaker moeten mengen in het sociale media-debat, zodat gebruikers makkelijk toegang hebben tot wetenschappelijk onderbouwde alternatieven. Uiteindelijk zal dit effectiever zijn dan het verwijderen van de enorme stroom aan berichten op sociale mediaplatforms en meer recht doen aan de bescherming van fundamentele rechten van gebruikers.

 

Door Hannah van Kolfschooten

“Halvemaandemon”, “kleuterneuker” en “kontenbonkers”; uitspraken in het licht van de vrijheid van meningsuiting volgens art. 10 EVRM.

“Hier staat ‘Geert Akbar’, dat betekent ‘Geert is groter’. Wat ik daar eigenlijk mee bedoel is dat Geert groter is dan Mohammed de kleuterneuker. En Geert is groter dan Allah, de halvemaandemon. En zoals iedereen weet zijn Arabieren fervent kontenbonkers. En ze neuken kleine jongetjes. Dat is heel normaal in hun cultuur.”

– Robert de J.

Lees meer

Quality journalism in the digital age

In the good old days, when there were only traditional media forms, our news came from trained fact-checking journalists, who we could hold accountable for inaccurate reports. In the new digital era anyone can be a news reporter and “fake news” seems to be taking over. While the new digital world is often criticized, we tend to forget how valuable a digital forum is, where everyone is able to participate in a public debate. Additionally, where news is published that would otherwise have remained unexposed. It may feel like as if we have been let loose in an open digital field, but as with every bird that has just been freed from its cage: all we need to be able to see the truth with our own eyes, is learn how to fly. Instead of letting misleading news discourage us to look for truths all together, we must teach news-receivers how to use the internet and we must regulate the internet, whilst keeping the power in the right hands without restricting the freedom of speech and the press. Lees meer

Meldplicht datalekken

De meldplicht datalekken: verdubbeling van het aantal meldingen in 2017 en de nieuwe AVG
Door Moniek Hakkenes van de Redactiecommissie

In 2017 zijn er 10.009 datalekken gemeld bij de AP, tegenover 5849 meldingen in 2016. Dat is een stijging van ruim 70%. Deze toename is volgens voorzitter Aleid Wolfsen enerzijds te verklaren door de toename van de bekendheid van de meldplicht en anderzijds het niet op orde zijn van de beveiliging binnen organisaties. Nog steeds wordt niet elk datalek gemeld bij de AP, experts gaan ervan uit dat het werkelijke aantal datalekken veel hoger ligt dan het aantal meldingen. Het niet melden kan voortkomen uit angst voor reputatieschade, maar kan ook liggen aan gebrek aan kennis omtrent de regelgeving. [1]

Lees meer

Heb jij jouw tweede Valentijn al gevonden?

“Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook”, klinkt een zwoele stem over de radio. Ik moet bekennen dat ik verbaasd reageerde, toen ik voor het eerst de reclame van SecondLove op de radio hoorde. SecondLove maakt reclame voor een buitenechtelijke relatie, voor een tweede sekspartner of onschuldig flirten met een ander. Mijn eerste reactie was: “Maken ze nou reclame voor vreemdgaan, zo open en bloot op de radio?” Toch blijkt SecondLove met meer dan 500.000 gebruikers een onverwacht succes te zijn. En daarbij, als het voor veel mensen een manier is om hun huwelijk in stand te houden, wie ben ik om dit te verbieden. Al in 1879 gaf Charles Darwin in ‘The Origin of Species’ aan dat polygamie één van de belangrijkste voorwaarden is voor de gunstige evolutie van een soort, dus ook van de mensensoort. Volgens Darwin zijn mensen van origine dus helemaal niet monogaam. Hier tegenover staat een grote groep mensen die de reclame van SecondLove onwenselijk achten. Maar liefst 60.000 mensen hebben een petitie ondertekend met als doel SecondLove reclames te verbieden.[1] Kees van der Staaij van de SGP probeert de reclame van SecondLove al jaren aan banden te leggen. Volgens van der Staaij zet deze reclame aan tot ontrouw in huwelijken en relaties.[2] Reclames voor schadelijke producten worden tenslotte ook ingeperkt. Tabaksreclame is verboden, echter een verbod op alcoholreclames kwam er niet. Wel besloot de branche alcoholreclames enkel na 21.00 uur uit te zenden.[3] De STER besloot in september 2016 hetzelfde te doen voor de uitzending van SecondLove reclames.[4] Of vreemdgaan net zo verslavend is als roken, zullen wij nooit weten. Dat het schade toebrengt, daarvan zijn de SGP en 60.000 andere mensen overtuigd. “Dat een aanzienlijke groep personen de reclame onwenselijk acht betekent echter niet dat de dienst verboden is en dat het maken van reclame verboden zou moeten zijn”, aldus de Reclame Code Commissie. Recent heeft het College van Beroep uitspraak gedaan in hoger beroep en uitgelegd hoe een dergelijke reclame beoordeeld dient te worden. Lees meer

Netneutraliteit: een vloek of een zegen?

Stel, je moet eigenlijk heel hard studeren voor de aankomende tentamens, maar in plaats daarvan besluit je dat het toch een beter idee is om de hele middag studie-ontwijkend-gedrag te vertonen en het nieuwe seizoen van die ene serie te binge-watchen. Maar wat nou als Netflix ineens veel langzamer laadt? Dit zou tegen netneutraliteit ingaan, het idee dat al het internetverkeer vrij en gelijk beschikbaar is voor iedereen. Internet Service Providers (hierna: providers) zoals Ziggo en KPN mogen bepaalde diensten geen voorrang geven, vertragen of toegang tot websites blokkeren.[1] Toch zou dit scenario zomaar eens werkelijkheid kunnen worden in de Verenigde Staten, met dank aan weer een pareltje uit de ideeënkoker van president Trump en zijn administration. Wat houdt dit precies in en heeft dit ook gevolgen voor ons in Europa? Lees meer

Blog ‘Rapist bastard’ – Waarde- of feitenoordeel? (Einarsson v.IJsland)

‘Rapist bastard’ – Waarde- of feitenoordeel? (Einarsson v.IJsland)

Door Christiaan Schuurs van de Redactiecommissie

Op 7 november van dit jaar oordeelde de tweede sectie van het EHRM in de zaak van IJslandse bekendheid ‘Egill Einarsson’ (ook wel bekend onder pseudoniemen zoals ‘Gillzenegger, DJ MuscleBoy of Big G’[1]) tegen IJsland. Het onderwerp van geschil was een Instagram-post waarop een foto van de aanvrager stond, die eerder was gebruikt ter illustratie bij een interview, bewerkt met een omgekeerd kruis en het woord ‘loser’ op Einarssons voorhoofd en met het bijschrift ‘fuck you rapist bastard’.[2] De verantwoordelijke voor de post, ‘X’, was kennelijk onder de indruk geweest dat alleen zijn volgers deze konden zien. In feite was de post echter openbaar en werd deze door een krant opgepikt en verder verspreid.[3] Einarsson verloor in iedere aanleg van de tot het hooggerechtshof uitgevochten civiele lasterprocedure.

Lees meer

Blog over de Sleepwet

Laten we ons meeslepen in een controlemaatschappij of valt het allemaal wel mee?

Het onderscheppen van Facebook-berichten, aftappen van telefoongesprekken, het verzamelen van jouw DNA in een geheime DNA-bank? Het is mogelijk onder de vernieuwde Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Er is veel kritiek op het wetsvoorstel, maar is het inderdaad zo negatief als het lijkt? Deze blog gaat in op de Sleepwet en kan mogelijk helpen bij jouw keuze bij het referendum op 21 maart 2018.

Lees meer

Politiek vs. Privacy: the battle continues

Privacy en de politiek, die twee liggen elkaar soms niet helemaal. Weet je het nog, dat wetsvoorstel waarin de bevoegdheden van de AIVD schrikbarend ver werden uitgebreid? De reacties op de bijbehorende internetconsultatie logen er niet om. Grote ophef ontstond over de mogelijkheid tot massale aftapping van al onze communicatie. Het wetsvoorstel werd aangepast, maar nog steeds niet naar volle tevredenheid. De bevoegdheid tot massasurveillance is gebleven en enkel aan iets striktere banden gelegd. Toch is het voorstel inmiddels aangenomen.[1] Wij burgers vinden het dan wel belangrijk dat onze privacy veilig wordt gesteld, maar in praktijk moet dit recht toch regelmatig wijken. Al helemaal als het om kwesties van nationale veiligheid gaat.

Lees meer