Het tijdperk van de nieuwe jurist

Blog post

Het is voor mij als twintiger, opgegroeid met de mogelijkheden van het internet, een onderwerp welk dichtbij me staat: de mogelijkheden der technologie met de wet als begeleiding. Al vanaf de opkomst van het internet is het een veelbesproken onderwerp met twee partijen die moeilijk met elkaar communiceren: de ICT’ers en de juristen. De uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake ACI/Thuiskopie [1]  op 10 april 2014 toont wederom deze divisie. Hoe uit deze zich en wat te doen?

In essentie is in ACI/Thuiskopie bepaald dat in de lidstaten van de Europese Unie niet meer gedownload mag worden uit illegale bron ten behoeve van privégebruik. Tot deze conclusie komt het Hof aan de hand van de drie-stappen-toets uit art. 5 lid 5 van de Auteursrechtrichtlijn.[2]

Er worden verschillende standpunten ingenomen over het onderwerp. Deze standpunten vloeien voornamelijk voort uit vier consequenties van de uitspraak. De eerste is dat enkel nog de schade die ontstaat uit de thuiskopie uit legale bron mag worden meegewogen bij de berekening van de vergoeding voor de auteursrechthebbende waardoor deze omlaag gaat en het nauwelijks meer ‘billijk’ te noemen is.[3] De tweede is dat de privacy van de gebruiker in het geding komt bij de handhaving van de uitspraak aangezien de download in de privésfeer wordt verricht. De derde consequentie is dat de handhaving tijdrovend zal zijn en slechts de ‘kleine inbreukmaker op de bank’ pakt. De laatste komt voort uit de vorige drie, namelijk het negeren van geldend recht door de Nederlandse anti-piraterij organisatie BREIN door aan te geven geen gevolgen te geven aan de uitspraak van het Hof van Justitie.[4]

Hieruit blijkt wel dat het geen wonder mag heten dat de meeste standpunten een negatieve lading hebben. Echter valt daar tegenover ook wat te zeggen voor het feit dat indien het Hof een uitspraak had gedaan waarin het downloaden uit illegale bron had goedgekeurd het zeer opmerkelijk zou zijn geweest. Een redenatie als: ‘stelen mag want we kunnen er toch niets aan doen dus we moeten er middels een vergoeding maar het beste van maken’ is toch ook wat gek. Desalniettemin zou het wel de technologische mogelijkheden meer in de hand hebben gespeeld.

Echter zijn het niet deze concrete punten die mij het meest bezighouden. De volgende gedachte spookt, met de uitspraak als olie op het vuur, voornamelijk door mijn hoofd.

Blijkens de praktische gevolgen van ACI/Thuiskopie is het gat dat bestaat tussen de wet en de technologie nog immer groot. Zo blijkt het dat er sinds 1996 niet opvallend veel veranderd is, toen onder andere J.P. Barlow dit gat al signaleerde.[5] Het Hof heeft verzaakt de Europese wetgever op het terrein van het auteursrecht een duwtje in de rug te geven om het perspectief op het auteursrecht flink te veranderen. Zoals N. Kroes in haar speech bij het IVIR ook aangaf, is deze verandering uiterst noodzakelijk met het oog op de mogelijkheden en de gevaren van de ontwikkeling van de technologie.[6]  Hier ligt dan ook een uitdaging voor de juristen opgeleid in het technologische tijdperk. We moeten ons bekeren tot de religie der mogelijkheden in de technologie. Daarbij moeten we, in plaats van ons telkens te willen verzetten tegen onbekende en niet gereguleerde ontwikkelingen, de mogelijkheden omarmen met het recht als wapen. De eerste stap hierbij als jurist is om toereikende kennis te vergaren over welke mogelijkheden bestaan. De tweede stap is om de opgedane kennis toe te passen. Wellicht zal hiervoor een flinke ommezwaai in juridisch kader noodzakelijk zijn.

Deze gedachte betekent naar mijn idee voor de uitspraak van het Hof in ACI/Thuiskopie het volgende: hoewel een tegenovergestelde uitspraak van het Hof wellicht gunstiger was geweest en de wetgever meer had geprikkeld tot bijvoorbeeld een open source systeem in het auteursrecht over te gaan, had het op korte termijn de technologie minder geprikkeld andere systemen op te zetten waardoor de gebruiker toch aan de muziek, films en series kan komen (denk aan diensten als Netflix en Spotify). Dit laatste doordat deze alternatieve diensten, ondanks het grotere gebruiksgemak en het gebrek aan handhaving, minder essentieel zijn als downloaden uit iedere bron toegestaan is.

Desalniettemin geloof ik dat de prikkeling van de wetgever beter was geweest met het oog op de mogelijkheden die bestaan. Deze mogelijkheden komen voort uit theorieën zoals bijvoorbeeld die van P. Aigrain, wie het recht om te verspreiden aankaartte.[7]  Deze theorie klinkt prachtig: de technische mogelijkheid bestaat, deze is nieuw en spannend en het mogen verspreiden van auteursrechtelijke werken valt in een lijn te bezien met het meest omvattende recht op eigendom. Echter stelt de auteursrechtrichtlijn op het moment een halt met betrekking tot het kopiëren van deze werken. Doorgeven zou in het geval van software toegestaan zijn zolang de eigen kopie verwijderd wordt (UsedSoft[8]). Hoe zit dit met bijvoorbeeld muziek, films en series? Er bestaan andere filosofieën omtrent het mogen doorgeven, ook mét het maken van een kopie.[9] Hierdoor mag de Europese wetgever zich wat mij betreft flink laten inspireren. Het open source systeem waarbij bestanden vrijelijk gedeeld mogen worden is een kernbegrip en de nieuwe jurist kan zich bij het onderzoeken hiervan, naar ik meen, niet meer achter zijn atechnische aard verschuilen.

Hoewel het nog niet precies duidelijk is hoe het moet worden vormgegeven, zal er door de nieuwe juristen bij diens wetgevende rol, rechtsprekende rol en/of adviserende rol technische kennis vergaard moeten worden zodat deze leidend kan zijn bij het vormen van het recht. Waarschijnlijk biedt de drie-stappen-toets bovendien onvoldoende ruimte om het nieuwe auteursrechtelijke kader juridische te kunnen funderen waardoor een flinke wetswijziging noodzakelijk zal zijn, maar laat met ACI/Thuiskopie het startschot geklonken hebben.

 

© geschreven door Puck Polter; hoofdredacteur Inform@il.

 

Voetnoten

[1] HvJEU 10 april 2014, C-435/12 (ACI v Thuiskopie).

[2] Deze toets houdt de volgende stappen in: de beperkingen op het auteursrecht mogen worden toegepast slechts (1) in bepaalde bijzondere gevallen; (2) mits daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het werk op ander materiaal; (3) en de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk worden geschaad.

[3] Art. 16c lid 2 Aw.

[4] <http://www.anti-piracy.nl/nieuws.php?id=322>

[5] J.P. Barlow, “A Declaration of the Independence of Cyberspace”, <https://projects.eff.org/~barlow/Declaration-Final.html>.

[6] N. Kroes, http://europa.eu/rapid/press-release_SPEECH-14-528_en.htm.

[7] A. Peukert, ‘A Bipolar Copyright System for the Digital Network Environment’, 28 Hastings Comm. & Ent L.J, 1, 2005;

[8] HvJEU 3 juli 2012, zaak C-128/11 (UsedSoft).

[9] Enkele voorbeelden:

– A. Peukert, ‘A Bipolar Copyright System for the Digital Network Environment’, 28 Hastings Comm. & Ent L.J, 1, 2005;

– P. Aigrain, ‘Sharing. Culture and the Economy in the Internet Age’, Amsterdam: Amsterdam University Press 2012;

– N.W Natanel, ‘Impose a Noncommercial Use Levy to Allow Free Peer-to-Peer File Sharing’, Law and Economics Working Paper No. 009 December 2003;

– M. Perry en T. Margoni, ‘Free-Libre Open Source Software as a Public Policy Choice’, International Journal on Advances in Internet Technology 2010-4, p. 212-222.

 

 

 

 

SVIR wordt mogelijk gemaakt door:

  • Brinkhof
  • Van Doorne
  • IViR
  • IE-Forum
  • De Brauw
  • Stibbe
  • DLA
  • Considerati
  • Bird en Bird Coffee Break
  • Simmons Simmons
  • Backer McKenzie
  • Klos CS