Free speech, Britt Dekker en het speelveld van het internet

GeenStijl Playboy blog

 

Of je nu Charlie (of Ahmed) bent, James Franco heet of Michael Moore, free speech is weer helemaal in.[i]
Voor al onze medestudenten die Informatierecht gevolgd hebben in het eerste semester – en alles weer mochten herhalen voor de herkansing – is natuurlijk helemaal duidelijk wat dit mooie begrip inhoudt. Relevante begrippen zijn vrijheid, mening, “shock, offend and disturb” en een klavertje vier als metafoor. [ii] Af en toe gaat dit begrip hand in hand met het auteursrecht. Zo valt bijvoorbeeld te denken aan een auteur die niet wilt dat zijn werk voor zijn dood naar buiten wordt gebracht, terwijl dit werk van groot belang zou kunnen zijn voor de samenleving, of het publiceren van een parodie die kan bijdragen aan een maatschappelijk debat[iii].

Ook voor Britt Dekker – écht meisje in de jungle, presentatrice, zangeres, en algemene mediapersoonlijkheid – zijn deze rechten van belang. Op 10 oktober is de studievereniging met een flinke groep studenten naar Den Haag gegaan voor het pleidooi in de zaak Geen Stijl (“GSMedia BV”) tegen Sanoma en Playboy. Den Haag, want het pleidooi vond plaats voor de raadsheren van de Hoge Raad, een waar zeldzame gebeurtenis. Hier waren dan ook zoveel studenten van andere universiteiten op afgekomen, zodat de hele rechtszaal vol zat. En hoewel velen misschien stiekem meegingen om Britt in levende lijve te zien, was zij tot onze grote, collectieve teleurstelling – of beter gezegd mijn teleurstelling – niet aanwezig. Máár niet getreurd, want eigenlijk draaide het natuurlijk om ‘onze’ eigen Christiaan Alberdingk Thijm. Als advocaat aan de zijde van Sanoma en Playboy was het aan hem om het auteursrecht op de naaktfoto’s van Britt Dekker te verdedigen, terwijl GeenStijl opkwam voor haar eigen vrijheid van meningsuiting.

Op 3 april wordt de daadwerkelijke uitspraak gewezen, maar begin vorige maand heeft de Advocaat-generaal al een advies uitgebracht. [iv] Voordat ik hier op inga, zal ik de gang van zaken die voorafgingen aan het advies even samenvatten. In oktober 2011 werd in opdracht van Sanoma een fotoreportage gemaakt van Britt Dekker, met de bedoeling dat deze foto’s later in een editie van Playboy zouden worden gepubliceerd. GeenStijl was Playboy echter voor en plaatste eind oktober een link naar Filefactory.com, waarop een bestand met de foto’s kon worden gedownload. Na een sommatie en meerdere berichten op GeenStijl met creatieve teksten als “Wie het eerst fapt, die het eerst komt”[v], hebben Sanoma en Playboy GeenStijl gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam. Op grond van schendingen van het auteursrecht, portretrecht en de onrechtmatige daad, bevolen Sanoma en Playboy onder meer dat GeenStijl een einde zou maken aan de berichtgeving omtrent en het linken naar de foto’s.  De rechtbank en het hof Amsterdam waren het erover eens dat GeenStijl door openbaarmaking van de foto’s inbreuk had gemaakt op het auteursrecht van Sanoma.

In cassatie stond onder andere centraal of het citaatrecht ex. art. 15 Auteurswet van toepassing zou zijn op de uitsnede van een foto – hangt af van de context, maar hier niet –  en of linken naar de foto’s kon worden beschouwd als een mededeling aan het publiek en dus als een openbaarmaking. Door Svensson[vi] weten we inmiddels dat bij het linken sprake moet zijn van een mededeling en dat een nieuw publiek moet worden bereikt;  Bestwater[vii] leert ons dat het geen verschil maakt als de content onrechtmatig op het internet is geplaatst. De Advocaat-generaal beantwoordt deze vraag in zijn advies dan ook in overeenstemming met deze uitspraken. Verder concludeert de Advocaat-generaal tot vernietiging en verwijzing naar het EHRM, zodat in Luxemburg uitvoerig gekeken kan worden naar de verhouding tussen auteursrecht en art. 10 EVRM

Hoewel het voor de hand ligt dat de handhaving van het auteursrecht zou botsen met de waarborg van de vrijheid van meningsuiting, werd pas in 2013 door het EHRM voor het eerst erkend dat een beperking op (de handhaving van) het auteursrecht ook een inbreuk kan zijn op de vrije meningsuiting. In de zaak Ashby Donald v. Frankrijk hadden drie fotografen foto’s gemaakt van modeshows in Parijs en deze foto’s zonder toestemming van de modehuizen gepubliceerd op websites.[viii] Volgens deze modehuizen zou de publicatie van de foto’s een schending zijn van hun auteursrechten. De fotografen beriepen zich echter op het citaatrecht en hun recht op vrijheid van meningsuiting. Het EHRM concludeerde dat er inderdaad inbreuk was gemaakt op de vrijheid van meningsuiting van de journalisten, maar dat deze inbreuk in dit geval gerechtvaardigd was, omdat de foto’s geen bijdrage leverden aan het publieke debat. Het auteursrecht zou hier dus zwaarder wegen en sindsdien is eigenlijk nauwelijks anders besloten.[ix]

De vraag is echter of een ander oordeel wel zo rechtvaardig zou zijn. Hebben wij er als samenleving baat bij als het recht van GeenStijl belangrijker is dan het recht van Playboy en daarmee Britt? Kunnen we spreken van een eerlijke strijd? En, als we ons in the spirit of GeenStijl begeven op het speelveld van het internet: betekent het niet het einde voor het auteursrecht als dit ook maar een millimeter moet wijken voor de vrijheid van meningsuiting?

Het internet heeft geen baas, kent geen ware regels en is voor iedereen; dichter bij anarchie kom je misschien niet. Als iets zich eenmaal op het internet bevindt, verdwijnt het niet, ondanks een ‘recht om vergeten te worden’.[x] Maar waar ligt de grens? Als alles op het internet geoorloofd is, inclusief het zonder toestemming publiceren van auteursrechtelijke werken, waar houdt het dan op? Hoe kunnen auteurs hun werken nog beschermen als de deur naar free speech zonder gevolgen wordt opengegooid, zogenaamd in het belang van degene die (illegaal) publiceert én in het belang van het publiek? Het publiek, want TASZ[xi] maakte duidelijk dat ook informatie vergaren onder het bereik van art. 10 EVRM valt. Natuurlijk zal menig student uit geldgebrek veelvuldig gebruikmaken van de diensten die The Pirate Bay en Kickass Torrents leveren en het schuldgevoel wegwerken onder het mom van “fuck yeah, free speech” en “#YOLO”, maar hoe lang kunnen wij dit blijven doen? Hoe lang kunnen wij aannemen dat wij overal zomaar recht op hebben, zonder dat de auteurs van deze werken hier iets tegen kunnen doen?

Iets om over na te denken? Willen wij eigenlijk wel dat GeenStijl wint?

 

 

© geschreven door Joy van Aanholt; redacteur Inform@il.

Voetnoten 

[i] D. Goldman & J. Pagliery, ‘#JeSuisCharlie becomes one of the most popular hashtags in Twitter’s history’, CNN Money 9 januari 2015, http://money.cnn.com/2015/01/09/technology/social/jesuischarlie-hashtag-twitter/index.html;

  1. Wendling, ‘#JeSuisCharlie creator: Phrase cannot be a trademark’, BBC News 14 januari 2015, http://www.bbc.com/news/blogs-trending-30797059
  2. Taub, ‘#JeSuisAhmed: a crucial message that everyone should hear’, Vox 9 januari 2015, http://www.vox.com/2015/1/9/7521151/charlie-hebdo-jesuisahmed
  3. Malnick, ‘British cinemas want to screen The Interview “to promote free speech”’, Telegraph 24 december 2014, http://www.telegraph.co.uk/culture/film/film-news/11312478/British-cinemas-want-to-screen-The-Interview-to-promote-free-speech.html;
  4. Abbey-Lambertz, ‘Seth Rogen, Michael Moore Banned From Restaurant For “American Sniper” Comments’, The Huffington Post 26 januari 2015, http://www.huffingtonpost.com/2015/01/26/seth-rogan-michael-moore-branns-steakhouse-banned_n_6549154.html;

 

[ii] EHRM 7 december 1976, 5493/72 (Handyside).

[iii] HvJEU 3 september 2014, C-201/13 (Deckmyn en Vrijheidsfonds v Vandersteen).

[iv] HR 9 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:7.

[v] ‘Fucking uitgelekt! Naaktfoto’s Britt Dekker’, GeenStijl 27 oktober 2011, http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2011/10/britt_dekker_heeft_een_kale_ku.html.

[vi] HvJEU 13 februari 2014, C-466/12 (Svensson v Retriever).

[vii] HvJEU 21 oktober 2014, C-348/13 (Bestwater).

[viii] EHRM 10 januari 2013, 36769/08 (Ashby Donald e.a. v Frankrijk).

[ix] EHRM 19 februari 2013, 40397/12 (The Pirate Bay v Zweden).

[x] HvJEU 13 mei 2014, C-131/13 (Google Spain en Google).

[xi] EHRM 14 april 2009, 37374/05 (TASZ v Hongarije).

SVIR wordt mogelijk gemaakt door:

  • Brinkhof
  • Van Doorne
  • IViR
  • IE-Forum
  • De Brauw
  • Stibbe
  • DLA
  • Considerati
  • Bird en Bird Coffee Break
  • Simmons Simmons
  • Backer McKenzie
  • Klos CS